Druk, druk, druk?​

Druk, druk, druk? 

Kom tot rust, rust, rust! 

We kennen het allemaal.

Juist als we gaan slapen, gaan mediteren, rustig een boek willen lezen of op een andere manier willen ontspannen, juist dan wordt ons hoofd wakker en begint het gekwetter van het denken.

Een kleine beschouwing en wat tips. Het denken beweegt. Altijd.

Die beweging kan vertragen en versnellen maar tot stilstand komt ie nooit.

Om die beweging te genereren is een A en een B nodig.

Iets verplaatst zich. Iets beweegt van A naar B, omhoog en omlaag, van links naar rechts, op en neer, van voor naar achter. Het zoeken naar tegenover elkaar liggende punten (of tegenstellingen) en het bewegen daartussen is de natuurlijke staat van het denken.

Ongemerkt zijn we onophoudelijk aan het meebewegen tussen die punten.

Dat uit zich bijvoorbeeld in oordelen en vergelijken. Iets is mooi of lelijk, leuk of vervelend, goed of slecht, lekker of vies, lief of stout, toegestaan of verboden.

Het denken schiet daarbij alle kanten uit, onstuitbaar en grillig.

Objectief gezien zijn die gedachtes gewoon een vorm van energie, trilling, beweging.

Niet anders dan licht en geluid. Maar er is een groot verschil.

Als licht te fel is dan sluiten we onze ogen, zetten een zonnebril op of zoeken een plek met schaduw.

Is geluid te hard dan slaan we onze handen over onze oren, vinden verlichting bij oordoppen of verplaatsten ons naar een plek waar het stil is.

Maar hoe ontsnap je aan gedachtes?

Pogingen om niet te denken, het denken te ordenen of tot kalmte te bewegen lopen vaak op niets uit.

Hoe harder we proberen de eindeloze stroom gedachtes te onderdrukken hoe rumoeriger het in ons hoofd lijkt te worden.

Het voelt als een zinloze en uitputtende strijd.

Maar wat dan wel?

Hoe vinden we rust? Dat is eigenlijk heel simpel.

Het enige dat we daarvoor nodig hebben is een ander perspectief, een andere manier van kijken.

Als we het gezang van een vogel door een open raam horen voelen we ons niet ineens een vogel. Toch?

Bij gedachtes doen we dat wel. We identificeren ons.

Een kwaadaardige gedachte kan een gevoel geven van ‘ik ben kwaadaardig’ en een liefdevolle gedachte het gevoel ‘ik ben liefdevol’. Beide gedachtes zijn niet perse waar.

We zijn niet wat we denken.

Ons denken helpt ons te onderscheiden, te redeneren, keuzes te maken maar we zijn niet wat we denken.

We zijn veel groter dan ons denken.

We zijn het veld waarin de gedachtes zich afspelen. Denk aan de zee. Als gedachtes de golven zijn dan zijn wij het bekken waarin de zee stroomt en beweegt. Het omhulsel dat het water zijn vorm geeft. Willen stoppen met denken is proberen het water van de zee tot stilstand te brengen.

Wat we wel kunnen doen is ons anker uitwerpen.

In de diepte vinden we een stevige bodem die het anker houvast biedt. Die bodem is helemaal niet onder de indruk van het gewoel aan de oppervlakte. Die bodem is er gewoon. In al zijn rust, weidsheid en vanzelfsprekendheid. Proberen?

Ga lekker zitten of liggen. Maak het je even gemakkelijk. Voel de bodem onder je.

Voel de stoel of de matras, voel waar je lichaam geraakt en ondersteund wordt. Voel de stevigheid van de vloer en de aarde daaronder. Adem een paar keer diep in en uit en laat je lichaam uitademend steeds meer zakken. Laat je zwaar worden.

Voel de zwaartekracht en zak steeds dieper, net als een anker.

Voel hoe de ondergrond waarop je zit of ligt houvast biedt.

Luister naar het zachte geluid van je adem. Voel je adem en de stevigheid van de ondergrond.

Laat gedachtes vrij stromen, als water. Doe er niets mee. Voel je de neiging opkomen achter een gedachte aan te gaan, adem dan rustig uit en voel opnieuw de ondergrond.

Jij bent het water niet, je bent de bodem. Weids, stevig en stil.​

KvK: 58725482
Copyright © 2018. All rights reserved.​

post@naarzeeyoga.nl

06-10764866

 Bert Haanstrakade 102

1087 DN Amsterdam IJburg